Start
Kersttoespraak 1949
Kersttoespraak 1980
Kersttoespraak 1996
Kersttoespraak 1997
Kersttoespraak 1998
Kersttoespraak1999
Kersttoespraak 2000
Kersttoespraak 2001
Kersttoespraak 2002
Kersttoespraak 2003
Kersttoespraak 2004
Kersttoespraak 2005
Kersttoespraak 2006
Kersttoespraak 2007
Kersttoespraak 2008
Kersttoespraak 2009
Kersttoespraak 2010
Kersttoespraak 2011
Kersttoespraak 2012
Kersttoespraak 2013
Kersttoespraak 2014
Kersttoespraak 2015
Kersttoespraak 2016
Aankondiging aftreden Koningin Juliana 31 januari 1980
Bekendmaking Aftreden Koningin Beatrix
interview Willem Alexander - Maxima
Toespraak Koningin Beatrix 29 april 2013
Toespraak Koning Willem Alexander

 

 

 
Kerstmis 1949
Rede van H.M. de Koningin

Op Vrijdagavond 23 December heeft H.M. de Koningin de volgende kersttoespraak gehouden:

Landgenoten, 
————–
Ik zou graag met u samen even een ogenblik van bezinning hebben bij het komende Kerstfeest — want verleden jaar was er oorlog, en dit jaar vrede voor ons in Indonesië. Moge de vrede voor Indonesië bestendig zijn — dat is ons aller wens voor ons jong broeder-land. De dag na Kerstmis zal een zeer bijzondere voor ons zijn, want dan zal een eeuwenoude band van een ander, edeler maaksel worden dan tevoren.
In het verleden zijn bij ons, Nederlanders, aspiraties van velerlei soort werkzaam geweest in Indonesië. Eigenbelang en naastenliefde zonden wij er heen. En zij, die hun beste krachten gaven en geven voor dat land en dat volk, voelen zich soms onzeker, of er thans dankbaar om voortzetting van hun levenswerk zal worden gevraagd, of dat het, met de ondank van de pas mondig gewordene, zal worden terzijde geschoven. Toch bouwt een samenleving altijd voort op het werk van hen, die de ander en niet zichzelf zochten, en die recht door zee en moedig waren, want zij zijn steeds het zout der aarde gebleken, zelfs al scheen het ook, dat hun werk vergeefs was.
Al het heden wordt verleden, schoon ‘t ons toegerekend blijft, zegt de dichter. Maar we willen nu op dit moment niet het oog op het verleden richten, maar liever op de waarden in de toekomst. Wij hebben alien de langs democratische weg tot stand gekomen besluiten te aan-vaarden — onverschillig of gij van oor-deel zijt, dat Indonesië al lang, of nog lang niet, rijp is voor zijn onafhankelijkheid en hoe bezorgd en zwaar uw hart ook is: ik zou willen zeggen in heilige ernst, en een beroep doende op uw diepe welwillendheid jegens Indonesië: wanneer de Nederlanders eerlijk dit spel, volgens de nieuwe regels, spelen, zullen zij in Indonesië welkome gasten zijn.
Wij weten: wie behouden wil, zal steeds verliezen, en wie bereid is te verliezen, zal behouden, ook al behoudt hij iets heel anders, dan hij zich oorspronkelijk had voorgesteld — zoals nu inderdaad gebeurt — bijvoorbeeld het groeiend vertrouwen, dat een mondig wordende samenleving ons geeft — veelal daar, waar het de laatste jaren zo jammerlijk ontbroken heeft. De onderlinge vriend-schap der beide volken is immers, hoeweI soms slapend, toch levend gebleven, en kan nu tot nieuw leven gewekt worden.
Laten wij bij dag en nacht klaar staan tot helpen, wanneer wij er om gevraagd worden.
Bij deze souvereiniteitsoverdracht laten wij iets los — en zij ontvangen iets, namelijk onze erkenning van wat ieder volk immers met zijn diepste wezen wenst, en immers ook door geen Nederlander een ander in wezen wordt mis-gund.
En omdat het nu Kerstmis is, en ik dus, met u sprekende, de dingen graag wil bezien in hoger licht, moge ik hier de wens — ja, de zekerheid — hardop uitspreken, dat het, voor de meesten van ons, in ons hart een gul en vrijwillig afstaan zal zijn.
Wij, voor ons, moeten de dingen op lange termijn kunnen zien, en, met de souvereiniteit, ook ons vertrouwen schenken en onze vriendschap, zoals een meer ervaren en hulpvaardige broer.
Als wij Nederlanders ons op Kerstmis, met de Joodse herders, de Wijzen uit het Oosten, en ontelbare anderen, scha-ren om het kribje in Bethlehem, dan klinkt nog de weerklank van „Ere zij God in den hoge Vrede op aarde — In de mensen een welbehagen”.
En dit kan weer aanzwellen tot een machtig geluid, gedragen door de gehele mensheid — nog niet nu, maar geleide-lijk steeds meer, in groeiende broeder-schap. En wij mogen dit inzetten, voor zover wij, elk voor onszelf, wijs zijn en van goeden wille, wetende, dat aan de overzijde, in Indonesië, gelijkgestemden opstaan.
Maar voor wij dit beginnen, doen we goed, deze laatste dagen voor de grote stap gedaan wordt, in onszelf te keren en stil te worden. Wij, die gewend waren leiding te geven, worden ten slotte zelf weer geleid door een Hogere Leiding.
Laten we eens bedenken, wat een kleine visjes wij zijn in de grote stroom der historie, zwemmend stroomop of stroomaf, maar vaag beseffend wat de school, waartoe wij behoren, gaat doen. En buiten de wil van deze Hogere Lei-ding gaat er toch niet ook maar één van deze kleinste visjes verloren.
De mensheid is zich altijd sterker bewust van de nood dan van de liefde tot Hem, die nog steeds de behoeder is van de mens.
Ook is de strijd op aarde hem liever dan de strijd tegen deze strijd door Christus te verlangen in zijn leven. En wat tot een volkomen redding van de wereld zou moeten voeren, wordt hul_ peloos vermeden en verzwegen, en naar de binnenkamer van onze ontoereikendheid verbannen.
Hoe zouden wij de wereld kunnen redden?
Zeker niet op de talloos vele manieren van mensen en door mensen. Daarom is Kerstfeest nooit het werkelijke Kerst-feest, maar wel een droom van een droom, die wij ons zo graag zouden verwerkelijken in een „Vrede op aarde”. En we verlangen er naar, dat het ons de kracht moge schenken, onszelf te geven aan Hem, Die dan door ons de wereld zal verheffen uit nood en ver-derf tot een wereld, waar de mens zich-zelf in zal vinden, en geven aan allen.

 
 

| Kerstevangelie  | Kerstfoto | Kerstkindje | Kerstkribbe  |  Kersttoespraak | Kerstzang |